Witte uitbloei verwijst meestal naar kalkuitbloei: vrije kalk die vanuit de metsel- of voegmortel naar het oppervlak trekt en daar reageert met CO2 uit de lucht. Cementsluier is een ander verschijnsel: resten cement- of voegmortel die tijdens het metselen of voegen op de gevel terechtkomen en door regen worden uitgesmeerd tot een grijze waas. Beide zijn goed te verwijderen, maar vragen niet per se dezelfde aanpak.
Zo ontstaat het:
- Tijdens het metselen komt vrije kalk vrij in de mortel.
- Regen lost deze kalk op en transporteert hem naar het steenoppervlak.
- Het water verdampt en de kalk blijft achter.
- De kalk reageert met CO2 uit de lucht. Het resultaat: de witte laag die u ziet.
Bakstenen met een lage waterabsorptie versterken het probleem. Bij regen kunnen zij het water minder goed opnemen, waardoor de voegen extra belast raken en de kalk sneller uitspoelt.
Witte uitbloei komt vrijwel altijd voor op metselwerk tot ongeveer twee jaar oud. Ouder metselwerk met een grijswitte waas heeft meestal een ander probleem: vergrauwing. Die vervuiling ontstaat door vocht, luchtvervuiling en algengroei, meestal aan de regen- of westzijde van een pand, en vraagt om een andere behandeling dan witte uitbloei.






